Liever doen dan vergaderen
- Jun 5, 2025
- 4 min read
Interview met voorzitter Perry Punselie

Op het eerste gezicht lijkt het een oase van rust: het volkstuincomplex van ATV Terbregge aan de rand van Rotterdam. Fluitende vogels, keurig onderhouden paden, huisjes met vers geverfde kozijnen. Maar achter de schermen is het hard werken om dit alles draaiende te houden. Voorzitter Perry Punselie ziet óók een slagboom die om middernacht nog open moet, een koeling die het begeeft en een vergaderagenda die zichzelf vult. ‘Voorzitter?’ zegt hij, bijna verontschuldigend. ‘Ik ben meer van de hand- en spandiensten.’ Ondertussen houdt hij een geliefde Rotterdamse tuinvereniging overeind - met humor, volharding en het heilige geloof dat je samen meer doet.
Van driehoog achter naar tuin 64
Toen Perry dertien jaar geleden voor het eerst voet op het complex zette, was dat uit pure noodzaak. Een scheiding had hem naar driehoog achter in een flat gedreven. ‘Ik heb altijd een buiten gehad. Een stacaravan, een tuinhuisje… En toen zat ik ineens op een bovenwoning in de stad. Dat kon niet lang goed gaan.’ Hij ging op zoek naar iets met groen en zo belandde hij bij ATV Terbregge. Eerst op het oude deel (nu opgekocht door de gemeente), daarna naar tuin nummer 64. ‘Om eerlijk te zijn, Ik ben niet echt van het tuinieren, meer van het klussen. En van mensen.’ Dat laatste blijkt. Op de tuin leren hij en zijn huidige partner elkaar kennen: ze wonen samen, maar hebben ieder hun eigen tuinhuisje.
De weg naar het voorzitterschap verliep weinig ceremonieel. ‘Er wás gewoon geen voorzitter meer,’ vertelt Perry nuchter. ’Dus ja, dan doe je een stap naar voren.’ Hij ging eerst het gesprek aan met de tuincommissie, de ruggengraat van het vrijwilligerswerk op het park. ‘Zonder hun steun was ik er niet aan begonnen.’ Sindsdien is het voorzitterschap bij hem meer een werkwoord dan een titel: hij vergadert met de gemeente, spreekt handhavers en contactpersonen, schuift aan bij bonden en gaat daarna de tuin op om lampen te vervangen of een hek te repareren. ‘Je vindt ‘voorzitter die om twaalf uur ’s nachts de slagboom open doet’ niet terug in de statuten,’ zegt hij, ‘maar iemand moet het doen.’
Perry prijst het huidige bestuur. Vooral Sonja, aan wie hij ‘ontzettend veel steun’ heeft. En Nel, de nieuwe penningmeester die ontzettend goed haar draai vindt. Maar nog steeds mist hij extra schouders. Een bouwcommissie, bijvoorbeeld. Niet als boeman, wel als gids: wat mag, wat kan, hoe regel je het netjes en veilig, wanneer is een vergunning nodig? ‘Je staat nooit alleen,’ zegt hij. ‘De commissie adviseert, het bestuur besluit.’ Zo simpel is het. ‘Ook een extra taxateur zou welkom zijn.’

Een tuin met toekomst (als we het samen doen)
Het papierwerk valt Perry soms zwaar, al levert het tastbaar resultaat op. In april van 2025 tekende de vereniging een tweejarig contract met de gemeente, een tussenstap richting de beoogde tien jaar; de statuten gingen langs de notaris; de exploitatievergunning voor de kantine is binnen. Het zijn geen onderwerpen die leden spontaan aansnijden als ze elkaar tegenkomen, maar het is wel essentieel voor het bestaansrecht van de vereniging. ‘We drijven niet verder af,’ zegt Perry. ‘We gaan ergens naartoe.’ Met de vergunning mag de kantine weer open. Nu nog mensen die dit willen en kunnen dragen. In zijn hoofd woont een beeld dat hij met liefde opvoert: ‘Zo’n duo dat het samen doet, noem het een tante Corrie en een ome Wim. Op vrijdag patat, op zaterdag ijsjes voor de kinderen. Geen commerciële toestanden, wel reuring. Het moet natuurlijk wel een vereniging blijven.’
Sinds 2025 is ATV Terbregge een gemeentelijke proeftuin voor nieuwe klinkers van gezuiverd havenslib: de gemeente test of ze beloopbaar zijn en niet te glad, eerst op de parkeerplaats en een looppad. Het past bij de reputatie van de vereniging: ‘donkergroen’, zoals Perry het knipogend noemt. Een tuin die meedenkt, die vooruit wil. Hij ziet hoe de vereniging de afgelopen jaren met de tijd is meegegroeid. Waar vroeger aardappelbedden domineerden, zijn siertuinen nu de norm. ‘Ik denk dat je hier op het hele terrein geen aardappel meer vindt,’ lacht hij, ‘en dat hoeft ook niet. Het gaat natuurlijk ook om recreatie; mensen komen uitademen.’ De wachtlijst die expres klein wordt gehouden - vijf à zes namen kunnen erop - spreekt boekdelen: wie eenmaal binnen is, wil niet meer weg.
‘Minder steen, meer groen - zonder opgeheven vinger, mét elkaar.’
Aan het eind van ons gesprek komt hij nog even terug op waar het volgens hem allemaal om draait: ‘Minder steen, meer groen - zonder opgeheven vinger, mét elkaar.’ Ondertussen blijft de oproep om nieuwe, jongere handen overeind: de jongens van de tuincommissie zijn ‘goud’, maar ze worden ook ouder. ‘Wat ik onze leden mee wil geven? Let niet te veel op een ander. In negatieve zin bedoel ik dan. Let op elkaar zoals je dat op een dorpsplein zou doen: als iemand omvalt, help je hem overeind. En verder: wees blij met wat je hebt. Want we hebben hier echt een prachtige vereniging.’
